Margriet Hermans kennen we van haar bulderende lach, een grote dosis zelfrelativerende humor die steeds latent aanwezig is, een pak ongezouten statements waar ze gul mee in het rond strooit, en haar strijd voor de algemene mensenrechten. Ze staat evenzeer bekend als hondengek, en die ingesteldheid neemt Margriet zonder enige scrupules – gelukkig maar! – mee naar de politieke arena, waar zij vanuit haar zetel in het parlement de rechten van de hondenliefhebber in het algemeen in de spotlights weet te zetten. Onlangs diende ze een resolutie in die er voor moet zorgen dat bejaarden en zorgbehoevenden niet voor altijd van hun viervoeter gescheiden worden bij opname. Ook therapie binnen rusthuizen is voor haar een vanzelfsprekend iets. Ze weet zich gesteund door de hoopgevende resultaten in verband met deze vernieuwende aanpak die blijkt uit onderzoeken. Hoog tijd dus om haar een paar vragen voor de voeten te werpen omtrent deze materie, waar ze met plezier op antwoordt.
U pleit voor het ‘bezoekrecht’ en ‘therapie’ van en met viervoeters in bejaardentehuizen. In Amerika heeft men hier reeds ervaring mee, en zijn derhalve structuren opgericht die dat georganiseerd doen. Wenst u dat model in België na te volgen, en zo ja, hoe ziet u de uitvoering hiervan?
Ook in België zijn er al therapeuten die huisdieren op regelmatige basis gebruiken voor therapie in rusthuizen, bij vereenzaamden en zelfs dementerenden. Men zou op deze mensen een beroep kunnen doen. Vaak gebruiken zij hun eigen huisdier of dat van collega’s. In Limburg is er een animatrice die dit al geregeld doet. Ik ben helaas de naam van die dame kwijt maar ik herinner me haar warm pleidooi tijdens de hoorzittingen vorig jaar in de senaat.
Hebt u zicht op wat er met het merendeel van de honden van bejaarden gebeurt wanneer deze mensen opgenomen worden?
Vaak komen deze dieren bij andere familieleden terecht en deze mogen zich dan gelukkig prijzen. Zeker even veel honden komen terecht in een asiel en mits enig geluk vinden ze een nieuwe baasje. Soms zijn deze dieren al enkele jaren oud en worden ze helaas gedumpt, tot grote consternatie van hun baasjes. Deze laatsten worden daar soms behoorlijk depressief van.
Zult u bepaalde criteria opstellen waaraan de ‘bezoekende’ hond dient te voldoen? Want het spreekt voor zich dat niet elke viervoeter even goed verzorgd en gemanierd is...
Ik denk niet dat het aan de politiek is om de precieze uitwerking van het bezoekuurtje te regelen of daar wetten rond te stellen. Dit moet elk rusthuis voor zichzelf uitmaken. Het is zelfs zo dat diervriendelijke rusthuizen misschien zelf overgaan tot de adoptie van een van de huisdieren of zelfs meerdere indien de bewoner in staat is er zelf nog voor te zorgen. Andere rusthuizen zullen louter dienst doen op buitendiensten of misschien nog anderen hebben misschien zelf een hondje of poes rondlopen.
De bezoekende honden zullen altijd begeleid zijn door familie of therapeuten en het zal snel duidelijk zijn welke dieren hiervoor in aanmerking kunnen komen.
Voorziet u een soort ‘opleiding’ voor de therapiehonden en de vrijwilligers?
Ik denk dat er vanuit de dierensector zelf voldoende organisaties zijn die deze opgeleide honden zouden kunnen voorzien. Net zoals voor de geleidehonden die hun opleiding krijgen. Er zijn reeds verschillende organisaties in België die hieromtrent heel goed werk verrichten.
Is het overdreven te stellen dat deze vorm van therapie toch een vermindering van het budget kan teweegbrengen die aan medicijnen gespendeerd wordt, op lange termijn?
Deze therapie zal volgens mij vooral een groter welzijnsgevoel geven aan vele oudere mensen, een knuffel, de aaibaarheid zijn allemaal dingen waar mensen emotioneel behoefte aan hebben. Ik sluit inderdaad niet uit dat het een verlaging van de verkoop van antidepressiva tot gevolg zou kunnen hebben en dus inderdaad een financiële winst opleveren.
Er is een duidelijk verschil tussen een ‘therapiehond’ en een ‘geleidehond’. Stel dat een visueel gehandicapte die al sinds jaar en dag samenleeft met een geleidehond dient opgenomen te worden in een zorginstelling. Kan de viervoeter dan mee volgens u?
Dat bepaalt het rusthuis zelf. De hond in kwestie zal meteen een nieuw baasje vinden maar of dat baasje zelf zonder zijn hond kan is hier de relevante vraag. Naar mijn bescheiden mening moet er wel degelijk onderzocht worden of de hond meekan, maar dat is niet eenvoudig omdat zulke honden eigenlijk niet te veel aandacht van andere bewoners mogen krijgen om nog functioneel te zijn. Als gemeenschappelijke therapiehond zal hij een ongelooflijke aanwinst zijn.
Allergie aan honden of katten is een lastig maar toch frequent voorkomend fenomeen. Welke tegenargumenten hebt u wanneer niet-hondminnenden u hierop wijzen met betrekking tot de andere bewoners van een zorginstelling die om die reden geen honden in huis willen?
Rusthuizen moeten hier in hun communicatie de aandacht op vestigen zodat de toekomstige bewoner hier dan ook rekening mee kan houden. Ik kan mij best voorstellen dat niet alle mensen hier gelukkig mee zijn en het rusthuis kan mensen evenmin verplichten om aan deze sessies deel te nemen. Maar er bereiken mij wel verhalen van oudjes die zich eerst als allergisch voordeden en tal van tegenargumenten aanhaalden, maar later vragende partij zijn geworden. Transparantie omtrent het beleid van het rusthuis in verband met deze materie is de meest correcte manier om hier mee om te gaan, denk ik.
Zou het voor u een optie zijn om een aparte ‘knuffelruimte’ in te richten binnen de zorginstelling waar de patiënt zijn viervoeter kan ontvangen?
Meestal hebben de bewoners het knuffelmoment in hun eigen kamer wanneer het familielid op bezoek komt. De therapie zal gemeenschappelijk moeten gebeuren in een therapieruimte. Voor mijn part kan het een aparte knuffelruimte zijn maar het mag net zo goed in de knutsel- of recreatieruimte.
De testresultaten van de studies omtrent dit onderwerp zijn ronduit bemoedigend. Ze tonen een bevordering van het zelfvertrouwen, het verdrijven van negatieve gevoelens, een bloeddrukverlagende werking, kortom, iemand met enig gezond verstand kan hier niet tegen zijn.
Dat bedoel ik nu precies. Ik ken zoveel bemoedigende verhalen, vooral van therapeuten, en ben op de hoogte van de ontzettend positieve effecten van de therapie. Ik wil me hier dus ook ten volle voor inzetten
We hebben bij het lezen van deze resolutie vooral de neiging om te denken aan de voordelen voor mensen die zelf een huisdier hebben of hadden. Toch lijkt het ons niet uitgesloten dat deze vorm van therapie ook een wereld opent voor bejaarden die nog nooit een viervoeter in huis hadden. Klopt dit?
Het lijkt me inderdaad mogelijk dat een aantal bejaarden misschien voor de eerste keer in hun leven met een huisdier geconfronteerd worden. Dat kan een meevaller of een afknapper zijn maar daar kunnen we geen voorspellingen rond maken. Ik ben eerder geneigd te denken dat er inderdaad enkel kan bij gewonnen worden, al is het maar qua affectie van een levend wezen dat onbevooroordeeld lief kan zijn tegen een vereenzaamde.
Het aaiproject in het rust- en verzorgingstehuis Hoge Beuken in Hoboken heeft een lans gebroken voor deze vorm van therapie. Kunt u wat meer uitleg verschaffen over de vorm, de doelstellingen en resultaten van dit project?
Vanuit het Antwerpse Stadsbeest werd enkele jaren geleden een pilootopleiding voorzien voor mensen die van honden wilden gebruikmaken bij de uitvoering van hun werk, zoals verzorgers, dokters en kinesisten. Na deze opleiding gingen deze mensen op bezoek met hun getrainde hond in rusthuizen en zorginstellingen en werd het trainingsprogramma toegepast. Om een voorbeeld te schetsen: een oudere die weigerde oefeningen voor zijn arm te doen, was vol enthousiasme bereid de hond te kammen: precies dezelfde oefening dus, maar met plezier uitgevoerd omdat er een positieve motivatie in het spel was! Toen het OCMW ongeveer een jaar geleden het Stadsbeest opnieuw contacteerde, werd afgesproken om deze opleiding opnieuw op te pikken en er meteen een bestendige vorm aan te geven waarbij alle 17 rusthuizen die onder hun bevoegdheid vallen van deze therapievorm zouden kunnen genieten. Hierdoor is dus logischerwijze ook de nood naar een opleiding ontstaan, waarbij de honden eerst getest worden (ook andere huisdieren komen trouwens in aanmerking), gekeken wordt of hij het graag doet, en last but not least: de baasjes getraind. Er worden situaties gesimuleerd die zich in hun ‘werkomgeving’ kunnen voordoen (rolkarren die voorbijkomen, schrikachtigheid, een onverwachte duw) waarbij zowel de reacties van de honden worden geregistreerd als en hoe de baasjes hiermee omspringen.
Nota van de redactie: wie interesse heeft om deze opleiding te volgen: www.manus.tv of via hetstadsbeest@manus.tv. Telefonisch kunt u terecht op het nummer 0497 54 86 85 en vragen naar Frank Vercammen.
Wat zijn de grootste tegenargumenten en wat is uw antwoord hierop?
De tegenargumenten zijn vaak gebaseerd op vooringenomenheid. Veel OCMW-voorzitters hebben zelf geen affiniteit met dieren en dat bemoeilijkt uiteraard de zaken. Ze beweren dat veel mensen zullen geconfronteerd worden met allergieën, dat het personeel nog eens extra belast zal worden om de huisdieren te onderhouden terwijl dit voor een gedeelte door de bewoners zelf kan afgesproken worden. Sommigen beweren dat het huisdier te veel, dan weer te weinig eten zal krijgen. Hier moeten gewoon afspraken gemaakt worden. Als niemand van de bewoners hierin verantwoordelijkheid kan nemen, dan dient men misschien meer beroep te doen op externe dierentherapie. Nog een argument zou zijn dat de kosten voor dierenvoeding de prijs van het RVT de hoogte in zou laten gaan. Dat is waar, maar volgens mij verwaarloosbaar als we het totaalbudget bekijken. Trouwens, niets neemt weg dat de eigenaars van de dieren zelf opdraaien voor het onderhoud ervan. Een kanarie heeft ook zaad nodig, een vis ook voedsel enz. Dit mag dus geen argument zijn om de zaken te boycotten.
Hoe ver staat het ondertussen met de concretisering van de wetgeving?
Het is op Vlaams niveau unaniem aangenomen. Nu moet het federaal nog goedgekeurd worden, dus ik ga mijn collega’s nog eens flink aanmoedigen!
Dank u, Margriet!